Leestips

Volgens filosoof en historicus Frank Ankersmit is een maatschappelijke revolutie aan de gang, ‘waarvan het tempo zich aan het zicht onttrekt omdat de verandering ons allen gelijkelijk overkomt.’ De toenemende melancholie van onze tijd wijst volgens hem op een keerpunt in de geschiedenis. Om klaar te zijn voor deze historische ommekeer is een politieke hervorming nodig, waarvoor we te rade moeten gaan bij andere grote historische overgangen, zoals de Franse revolutie. Lees wat hij er nog meer over vertelt in De sublieme historische ervaring (2007)

Voor wie Boetekleed van Ian McEwan nog niet heeft gelezen: laat nog maar even liggen. Ga eerst naar de film, Atonement met Keira Knightly en James McAvoy in de hoofdrollen. En begin daarna aan het boek. (7 november 2007)

Ik wil denken!, zo luidt de titel van een van de hoofdstukken uit Nachtoog. Schuine wegen van de filosofie (2007) van Erik Oger, hoogleraar filosofie aan de universiteit van Antwerpen. Op een aanstekelijke manier verdiept Oger zich in de vraag waarom onze wil - ongewild - de uitvoering van onze voornemens tegen gaat. (22 oktober 2007)

De menselijke vrijheid blijft raadselachtig. Het denken van de mensheid is er nooit van losgekomen. de filosofische systemen, de religie, de moraal - dat is allemaal omdat de menselijke vrijheid vindingrijk is en tegelijk een houvast nodig heeft, als zelfbinding.

Dit is een stukje uit de Coda van Rudiger Safranski's Het kwaad. Het drama van de vrijheid (derde druk 2001), in het Nederlands vertaald door Mark Wildschut.
Safranski beschrijft het kwaad als een mogelijkheid van de menselijke vrijheid. De Sade, Baudelaire, Joseph Conrad, Nietzsche en Hitler zijn enkele van de namen die hij tegenkomt op zijn speurtocht. Helder beschreven. (7 oktober 2007)

De hoofdpersoon in Dertien (2006) van David Mitchell is Jason Taylor, dertien jaar oud. In dertien hoofdstukken beleeft de lezer samen met hem zijn worstelingen met het leven. Jasons grootste probleem is dat hij stamelt. Hij heeft daardoor heel wat te stellen met zijn klasgenoten. Jason probeert vooral te vermijden dat hij gepest wordt. Zo verzwijgt hij dat hij onder pseudoniem gedichten publiceert. Ook lijdt hij erg onder de verbale schermutselingen tussen zijn ouders die op z'n minst gezegd een problematisch huwelijk hebben. Wie zou er nog dertien willen zijn? Mitchell heeft de wereld van Jason met een ontroerende en humoristische pen onnavolgbaar in taal uitgedrukt. Dertien is uit het Engels vertaald (Black Swan Green (2006) door Arthur de Smet. (23 september 2007)

In Nachttrein naar Lissabon vertrekt de leraar Raimund Gregorius plotsklaps naar Lissabon. Midden in een les verlaat hij het klaslokaal en pakt de trein. Een midlife crisis?
Lees het zelf. De aanleiding voor deze abrupte daad is het boek dat Gregorius ontdekt van een portugese arts die over indringende levensvragen schrijft. Gregorius leert zichzelf Portugees om zich de teksten van de arts eigen te maken. In het boek dwalen we met hem mee, van Pessoa naar Proust, en als vanzelf gaan we ook peinzen over de kwaliteit van vriendschap, eenzaamheid en het belang van 'goed afscheid nemen'. De schrijver heet Pascal Mercier, pseudoniem van Peter Bieri. Bieri is hoogleraar filosofie in Berlijn. Aanbevolen! (5 september 2007)

In Kosmopolitisme. Ethiek in een wereld van vreemden (2007), voert de Ghanese filosoof Kwame Anthony Appiah ons mee naar het vraagstuk van ethiek in een tijdperk van globalisering. Hij pleit voor een grotere rol voor kunst en literatuur in ons cultureel-maatschappelijk bewustzijn. Een boek met goed leesbare essays en zeer onderhoudend. (21 augustus 2007)

Wat heeft Thomas Verbogt met Ian McEwan gemeen?
Bijvoorbeeld dat beiden een roman hebben geschreven waarin dreigend geweld van een bende een rol speelt. In Saturday (2005), vertaald in het Nederlands als Zaterdag, dringt een groepje agressieve jongens het huis van de hoofdpersoon Henry Perone binnen. Zijn dochter lijkt het doelwit te worden van hun wraakzucht. In Eindelijk de zee (2007) doet Verbogt iets soortgelijks, maar dan toch anders. Hier vertelt Boudewijn Nagthuys het verhaal over de dood van zijn beste vriend. Daarnaast krijgt de lezer schijnbaar en passant te horen hoe een handvol hooligans op een slecht getimed moment Simone, een vriendin van Boudewijn op een stille plek te grazen willen nemen. En hoe dat afloopt, heeft Verbogt ongelooflijk simpel en volkomen overtuigend opgeschreven. Verrassend. Van harte aanbevolen. (12 augustus 2007)


Liefhebben : Een man aan de haak slaan, dat is waar het leven om draait.
Brigitte en Paula, twee jonge vrouwen in een klein dorp in Oostenrijk, dromen van het huwelijk als de ultieme ontsnapping aan hun monotone werk in een korsettenfabriek. Maar de hel, dat is niet de fabriek, de hel, dat is het huwelijk.
Met een vileine pen schetst Elfriede Jelinek in "Die Liefhaberinnen" (1975), de levens van kleine burgers. De mannen bezitten het geld en tiranniseren hun vrouwen; de vrouwen zijn jaloers, zij willen ook macht, waarbij ze hun lichaam als lokaas inzetten. Bij het verwezenlijken van hun dromen heeft Brigitte stom toevallig geluk en Paula stom toevallig pech. Het boek is in het Nederlands vertaald als "Liefhebben" (2005) door Ria van Hengel.
De typografie die consequent in het hele verhaal is doorgevoerd, draagt bij aan de beklemmende sfeertekening. Een confrontatie die de lezer aan het denken zet: zijn wij in het hier en nu, zo heel veel anders, beter, dan deze mensen in “Liefhebben”? (21 juli 2007)


Waar in de heuvels van Beieren ontspringt de Donau? Is dat bij Furtwangen of bij Donaueschingen? Of komt de Donau uit een kraan? Een onzinnige vraag? Het verhaal gaat dat de rivier ontstaat als een kleine bron, gelegen in een kuil in een drassige, schuin aflopende weide, waar alle kleine stroompjes water tezamen in een soort goot bijeenkomen. Deze goot heeft een kraan die altijd open staat, zodat het water verder zijn weg naar beneden kan zoeken. Wat zou er gebeuren met die machtige rivier, zo luidt de hypothese, als iemand de kraan dicht draait? Claudio Magris begint met deze mythe zijn “Donau, biografie van een rivier”.(Eerste druk 1988; vierde druk 2007, vertaald door Antin Haakman). Vanaf de bron van de Donau tot aan de uitmonding in de Zwarte Zee voert hij de lezer langs Linz, Wenen, Bratislava, Boedapest (dat hij de mooiste stad aan de Donau noemt), dwars door Transsylvanië, langs Novi Sad, Belgrado en Boekarest, naar Sulina. Dit boek is uitstekende reisliteratuur, verweven met tal van wetenswaardigheden en anekdotes over Kafka, Wittgenstein, Ady, Konrad en vele anderen. Zoals terecht is opgemerkt: “Op vrijwel elke pagina is wel een passage te vinden dat het hart een sprongetje doet maken.” (7 juli 2007).

Zoals wij trots zijn op onze “Grand Old Lady” Hella S. Haasse, zo is men in Hongarije trots op Magda Szabó (1917) Van haar zijn tot nu toe vier titels in het Nederlands vertaald: "De deur" (2001), "De Katalinstraat" (2006), "Het ogenblik" (2006) en de sprookjesroman "De elfenprins" (2006.) "De deur"" gaat over de gespannen relatie tussen een schrijfster en haar ondoorgrondelijke huishoudster. Hun band wordt steeds hechter tot ze escaleert. Tenslotte blijft er slechts een diep gevoel van spijt over. "De Katalinstraat" vertelt het verhaal van drie families die in dezelfde straat leven in Boedapest als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. De bezetting van de stad door de Duitsers heeft dramatische gevolgen voor de gezinnen en hun onderlinge band. "Het ogenblik" is een mythologische vertelling over Creüsa, de vrouw van Aeneas. Met haar kijkt de lezer naar de ondergang van Troje. Szabó aarzelt niet om de mythologie naar haar hand te zetten door het verhaal "Aeneis" van Vergilius volledig om te gooien. De stijl van Szabó is nuchter en bizar... (21 juni)

Op 8 juni jl is de Amerikaanse filosoof Richard Rorty overleden. Zijn hoofdwerk was "Philosophy and the Mirror of Nature" (1979). Hij geloofde niet in filosofie als exacte wetenschap, maar zag meer overeenkomsten tussen de filosofie en de letteren. Filosofie is beter te beoordelen op originaliteit en creativiteit dan op waarheid of objectiviteit. Hij trad in de voetsporen van Gadamer (de kunst van de interpretatie) en koppelde daar pragmatische ideeën van onder andere Peirce aan vast.
De monografie "Richard Rorty" onder redactie van Sorin Alexandrescu (1995) bevat leeswaardige artikelen over zijn werk van Nederlands/Vlaamse filosofen waaronder Patricia de Martelaere, Pieter Pekelharing en Gerard de Vries.
In 1997 bezette Rorty drie maandenlang als gasthoogleraar de Spinoza-leerstoel van de Universiteit van Amsterdam. Hij liet zich toen kennen als een man, wars van autoriteit, bescheiden en zeer toegankelijk. Hij zal gemist worden. (10 juni 2007)

Het lukt niet goed om het autobiografische “Een verhaal van liefde en duisternis” (2005) van Amos Oz kort samen te vatten. Oz vertelt in dit indrukwekkende en aangrijpende boek over het ontstaan van de staat Israël, zijn ontmoeting als jonge wijsneus met Ben Goerion en zijn geblunder tijdens de beroemde speech van Menachim Begin. Maar ook vertelt hij het verhaal van zijn familie afkomstig uit Midden- en Oost-Europa, zijn intellectuele ouders en hoe hij opgroeide onder sjofele omstandigheden in Jeruzalem. Nooit eerder had Oz zich uitgelaten over zijn melancholieke moeder en haar mogelijke beweegredenen om zelfmoord te plegen. Amos is dan twaalf jaar oud. Het verhaal wordt desondanks nergens sentimenteel. In hoofdstuk vijf maakt Oz een afspraak met de lezer. "Lezer", schrijft hij, "denk nu niet: is dit echt precies zo gebeurd?, maar bedenk hoe je zelf had gehandeld in de hier beschreven situaties". Een fenomenaal boek. (28 mei 2007)

De Engelse filosoof Bernard Williams (1929-2003) was gespecialiseerd in ethiek. Hij staat bekend als een analytisch filosoof die zich bezighield met humanistische opvattingen. De krant “The Times” noemde hem de meest briljante en belangrijkste Britse filosoof van zijn tijd. In Truth and Truthfulness (2002) heeft hij willen aantonen hoe moeilijk het is om waarheidsgetrouw te zijn. Hij stelde de vraag hoe het zoeken naar waarheid in deze tijd weer een functie kan krijgen, en betrok daarbij aan de hand van ethische waarden onze geschiedenis en cultuur. Een mooi voorbeeld geeft hij in het hoofdstuk “From Sincerity to Authenticity”. Hier vergelijkt hij de manieren van het ‘in alle oprechtheid schrijven in dialoog met de lezer’, tussen de achttiende-eeuwse filosofen Jean-Jacques Rousseau en Denis Diderot. Een interessant boek met een actueel thema. (22 mei 2007)

Voor “Onder de Zon” (2005), een Italiaanse familiegeschiedenis, kreeg Laurent Gaudé in 2005 de belangrijkste Franse literaire prijs, de Prix Concourt. Een ezel en zijn berijder bewegen zich langzaam over de Via Nuova, later beter bekend als de Garibaldiweg. Het is 1875, stoffig en warm, de man is een misdadiger. Zijn nazaten zullen verwoede pogingen ondernemen om zich te ontdoen van deze voorvaderlijke ‘smet’. Het origineel draagt de titel “Le soleil des Scorta”(2004), de Nederlandse vertaling is van Jan Versteeg. Een boek dat zeer geschikt is om in vakantiestemming te komen. (13 mei 2007)

Zojuist is Opgefokte taal (2007) verschenen, de vertaling van Excitable Speech (1997). Dit is het eerste werk van Judith Butler dat in integraal in het Nederlands is vertaald. Speciaal voor de Nederlandse editie heeft Butler een voorwoord geschreven waarin ze onder meer aandacht besteedt aan de moord op Theo van Gogh in relatie tot de vrijheid van meningsuiting. Ze ziet dat vooral in Nederland de vrijheid van meningsuiting als argument wordt ingezet om gevoeligheden van religieuze minderheden aan te pakken. Opgefokte taal is vertaald door Niels Helsloot. (6 mei 2007)

In 1839 was Parijs in de ban van een schildpadrage, zo vertelt Walter Benjamin in “Parijse passages II” (1935), een essay uit “Kleine filosofie van het flaneren”. Slenteraars in de Parijse passages schikten zich gemoedelijk naar het tempo van hun troeteldieren.
Mulder, de hoofdpersoon uit “Wandelaar” (2007) van Adriaan van Dis, wandelt ook door Parijs met een viervoeter, zij het dan geen schildpad maar een hond. Vermoedelijk ligt Mulders wandeltempo iets hoger. Benjamin flaneerde door het decadente hart van het Parijs van Baudelaire; Mulder komt in de beruchte ‘banlieus' terecht, de buitenwijken van het tegenwoordige Parijs. Beide invalshoeken nodigen uit tot nadenken en wellicht tot navolging. (30 april 2007)


Italo Calvino geeft in “Waarom zou je de klassieken lezen” (2003) vijfendertig mogelijke antwoorden op deze vraag. Hij verwijst naar “Jacques de fatalist en zijn meester” van Denis Diderot; “De Kartuize van Parma” van Stendhal; de verhalen van Ernst Hemingway, het werk van Jorge Luis Borges, en ga zo maar door.
Umberto Eco kijkt in “Over literatuur” (eveneens in 2003 uitgekomen) met een andere invalshoek naar de klassieken: hij analyseert de invloed van literaire teksten op historische gebeurtenissen. Eco haalt werken van Oscar Wilde, James Joyce, maar ook net als Calvino schrijvers zoals Diderot, Stendhal en Borges voor het voetlicht.
Van onze eigen bodem is in 2006 een aanstekelijke essaybundel over literatuur verschenen, getiteld “Lezen, man!” van Anthony Mertens. Hierin staan naast beschouwingen zoals “De boeken die mijn moeder las”, prettig leesbare analyses over Roland Barthes en Marcel Proust. Met zijn enthousiasme verleidt Mertens de lezer om nu eindelijk "Mimesis" van Eric Auerbach of “Der Mann ohne Eigenschaften” van Robert Musil uit de kast te pakken en werkelijk te gaan lezen. En inderdaad: elke tekst op zich is de moeite van het lezen waard. Waar wacht je nog op man? Lezen! (25 april 2007)


“Concerto for a pubic hair”, zo glimlachte Ian McEwan over een mogelijke – ietwat ongebruikelijke - titel voor een muziekstuk, in het vraaggesprek met Michael Zeeman jl vrijdag 13 april in Felix Meritis. McEwan had net verteld dat hij tijdens het schrijven van zijn nieuwste titel, “On Chesil Beach” associaties kreeg met “The Rape of a Lock” van Alexander Pope, ook een werk dat je in een paar uur kunt lezen.
Gelijk een muzikale compositie kent “On Chesil Beach” (in het Nederlands “Aan Chesil Beach”) een klassieke structuur: vijf maal acht, in dit geval vijf hoofdstukken van elk zo’n 8000 woorden. McEwan zag het als een uitdaging om binnen de beperkingen die deze structuur hem oplegde, alles wat hij wilde vertellen een plaats te geven. En de schaamhaar van Florence, die ene, speelt een belangrijke rol in het verhaal. “On Chesil Beach” voert de lezer mee naar de huwelijksnacht van twee jonge mensen, in het jaar 1962. In die jaren was het nog niet zo gebruikelijk om met je aanstaande partner openhartig over seksuele zaken zoals twijfel, onwetendheid, afkeer en lust te spreken. Een situatie die een boeiende novelle heeft opgeleverd. (20 april 2007)


Fouad Laroui, "Over het islamisme", 2006.
Ja, wat weten we van de islam? wat weten we van de Koran? Het meest fundamentele probleem van de komende jaren schuilt volgens Laroui in de keuze die jonge mensen menen te moeten maken tussen geloof en godsdienst. Hij schreef er dit heldere boekje over. Oorspronkelijke titel : "L'islamisme", 2006. Uit het Frans vertaald door Jan Versteeg. Breda: Uitgeverij De Geus. (15 april 2007)

Een roman fleuve, een familiegeschiedenis.
Erik Vlaminck beschrijft in zes boekjes de geschiedenis van zijn Antwerpse familie. De titels zijn heel goed los van elkaar te lezen. Aan bod komen het oorlogsverleden van zijn vader en zijn grootvader, het imponerende en schrijnende leven van zijn oudtante die na de tweede wereldoorlog naar Canada emigreert, de stuntelige belevenissen van een eenvoudige buurjongen die een erfenis in de schoot geworpen krijgt, het treitergedrag van het alter-ego van de schrijver. De cyclus lijkt autobiografisch, maar de schrijver waarschuwt de lezer al bij aanvang via een citaat van György Konrad voor een al te letterlijke interpretatie.
En natuurlijk, sinds we herhaaldelijk door het proza van Connie Palmen op de almacht van de schrijver worden gewezen, weten we beter. Maar o o, wat kan die Erik Vlaminck schrijven! Absolute aanraders. “Quatertemperdagen” (1992); “Wolven huilen” (1994); “Stanny, een stil leven” (1996); “De portrettentrekker” (1998); “Houten schoenen” (2000) en “Het schismatieke schrijven” (2005). Alle titels zijn verschenen bij Wereldbibliotheek. (10 april 2007)


Søren Kierkegaard, "Enten-Eller" , (1843), vertaald door Jan Marquart Scholtz in "Of/of" (2000), Amsterdam: Uitgeverij Boom. Oorspronkelijk uitgegeven door Viktor Eremita (‘de zegevierende kluizenaar’), pseudoniem van Kierkegaard. Eremita schrijft in het voorwoord dat hij ooit een tweedehands secretaire had gekocht. Op een dag reserveerde hij een plaats in de postkoets om een uitstapje te maken. Ter plekke bemerkte hij dat hij te weinig geld bij zich had. Hij snelde het huis in, in de secretaire zat een geldlade. De lade zat echter muurvast. Eremita greep de bijl: als bij toverslag sprong in de secretaire een verborgen luikje open en er rolde een massa papier naar buiten. Eremita nam het haastig met zich mee op reis.
Dit pak papier viel in twee delen uiteen: 1) de belevenissen van een estheticus, een vluchtige levensgenieter : aforismen; een analyse van het erotische aspect van Don Giovanni van Mozart; een essay over de verveling; en “Het dagboek van de verleider”; 2) de belevenissen van een ethicus, een geëngageerd staatsburger die twee lange brieven schrijft resp. over het huwelijk en over de ontwikkeling van het esthetische naar het ethische binnen een individu. In dit tweede deel wordt als slot de vraagstelling uitgewerkt of de mens altijd ongelijk heeft ten opzichte van een hogere macht. Tezamen vormen de teksten in "Of/of" een boeiend geheel met mysterieuze en intieme elementen. (5 april 2007)

"The sea" (2005) van John Banville, in het Nederlands vertaald als "De zee" door Jan Pieter van der Sterre (2006), verhaalt in een mooi gedoseerde vorm over een tragische gebeurtenis in de jeugd van een Ierse jongen. Een groot deel van zijn latere leven zal door deze ervaring getekend worden. De zee toont zich van verschillende kanten: wreed en onverschillig, spiegelend en troostend. (1 april 2007)

Het afgelopen jaar was het honderd jaar geleden dat Hannah Arendt werd geboren (1906-1975). Tegenwoordig staat haar werk weer volop in de belangstelling. De moeite van het lezen waard is "Het leven van de geest" en met name het eerste deel: "Denken" (Ned. vert. 1980, Thomas Graftdijk) De originele titel luidt "The life of the mind", part one "Thinking", (1971). Deze tekst heeft Hannah Arendt in verkorte vorm gedoceerd in 1973 aan de universiteit van Aberdeen. Arendt verdiept zich in de wereld van de schijn en betrekt hierbij visies van Kant, Hegel en Heidegger. (23 maart 2007)

Hella S. Haasse: "Uitgesproken, opgeschreven".
Deze bundel met essays, (1996), Amsterdam: Querido, is een aanrader. Haasse schrijft met een aanstekelijke betrokkenheid over achttiende-eeuwse vrouwen, satire, vriendschap, Willem III. Zeer lezenswaardig en informatief. (22 maart 2007)